Psychosomatische fysiotherapie

De psychosomatische fysiotherapeut richt zich vooral op klachten ten gevolg van een verstoring in het evenwicht tussen belasting en belastbaarheid en tussen spanning en ontspanning. Dit proces kan allerlei klachten geven zowel lichamelijke als psychisch/emotionele klachten. U kunt hierbij denken aan.

Lichamelijke klachten; spier-en gewrichtsklachten, buikklachten, hoofdpijn, hyperventilatie, hartkloppingen, duizeligheid, verstoorde nachtrust, vermoeidheid.
Psychische klachten; gejaagd gevoel, sombere gevoelens, piekeren, angst en paniek, onzekere gevoelens, prikkelbaar en boos zijn.

De start
Ten eerste is het prettig wanneer u kunt begrijpen welke factoren van invloed zijn op uw klacht. U moet hierbij denken aan uw lichamelijke toestand en gedrag, uw gedachten en gevoelens, het contact met uw eigen gezin, familie en de invloed van uw omgeving. Meer inzicht in hoe deze factoren in relatie kunnen staan met uw klacht geeft vaak al meer rust. Daar waar mogelijk proberen we samen deze factoren dusdanig te beïnvloeden dat deze geen of in mindere mate een belemmering blijven voor herstel. Sommige factoren zijn niet beïnvloedbaar vanuit psychosomatische fysiotherapie of u zelf. Dan wordt er indien wenselijk vaak nauw samengewerkt met de huisarts, poh ggz ondersteuner, psycholoog, manueel therapeut of psychiater. Maar soms kan ook in overleg met de huisarts besloten worden dat uitgebreidere diagnostiek met betrekking tot de lichamelijke klachten nodig lijkt.

De behandeling
Uiteraard maakt ook de psychosomatisch fysiotherapeut gebruik van de technieken uit de (reguliere) fysiotherapie. Daarnaast wordt er gewerkt met ontspanningsoefeningen, ademhalingsoefeningen, communicatieve massage, oefeningen ter verbetering van het lichaamsbewustzijn, gesprekstechnieken.

Vaak wordt er gesproken over lichamelijk onverklaarbare klachten in uw mogelijke zoektocht naar de oorzaak. Vaak zijn de klachten  niet zo onverklaarbaar. Ze zijn wel degelijk te verklaren wanneer men weet welke lichamelijke verstoringen er kunnen ontstaan ten gevolgen van bijvoorbeeld stress. Helaas is dit vaak niet terug te zien op een mri scan, tijdens een bloedonderzoek en andere reguliere onderzoeksmethoden. Daarmee wordt het vaak “onverklaarbaar” genoemd. Of deze term in uw geval terecht is bespreek ik graag met u tijdens een consult.