Plagiocephalometrie

Voorkeurshouding en Plagiocephalometrie bij baby’s

Inleiding

De laatste jaren zijn er veel ontwikkelingen op het gebied van baby’s met een voorkeurshouding en afplatting van het achterhoofd en daarnaast het onderzoeken en behandelen van deze kinderen door de kinderfysiotherapeut.

Definitie voorkeurshouding

We spreken van een voorkeurshouding als de baby:
driekwart van de tijd het hoofd naar éé zijde gedraaid heeft
het volgen met ogen en hoofd naar de niet-voorkeurszijde onvoldoende is (vanaf 8 weken)
de beweeglijkheid van de nek normaal is (wanneer de baby begeleid wordt bij het draaien van zijn /haar hoofd).

Gevolgen van de voorkeurshouding

De schedel van de baby is in de eerste levensmaanden relatief zacht. Een voorkeurshouding kan er toe leiden dat het hoofd aan een kant afplat en daardoor scheefgroeit. De afplatting kan zich schuin achter (plagiocephalie) of middenachter (brachycephalie) bevinden. Bij plagiocephalie is er vaak sprake van een asymmetrische stand van de oren: één oor is naar voren en soms wat lager geplaatst en kan afstaan. Het voorhoofd en de wang aan dezelfde zijde kunnen eveneens naar Het voorhoofd en de wang aan dezelfde zijde kunnen eveneens naar voren staan. Als de voorkeurshouding langer aanhoudt kan asymmetrie in het gezicht ontstaan.

Oorzaken

De precieze oorzaak voor het ontstaan van een voorkeurshouding is niet aan te wijzen. Er lijken vele factoren mee te spelen. Er lijkt echter een oorzaak te bestaan met het slapen in ruglig en het bestaan van de voorkeurshouding. Ook is bekend dat kinderen die borstvoeding krijgen minder kans op een voorkeurshouding hebben dan kinderen die flesvoeding krijgen.
Uit een onderzoek van Dr. Leo van Vlimmeren (kinderfysiotherapeut) blijkt tevens het volgende:
Schedelasymmetrie na de geboorte wordt vooral veroorzaakt door eenzijdige verzorgings- en voedingsgewoonten en eenzijdige positionering.
Een vlotte motorische ontwikkeling tot de leeftijd van 7 weken vermindert de kans op het ontwikkelen van schedelasymmetrie.

Prevalentie

Er lijken steeds meer kinderen met een voorkeurshouding en afplatting van het hoofd bij te komen.
In zijn proefschrift laat Van Vlimmeren via een analyse van vierhonderd baby’s zien dat van de 6% pasgeborenen met een scheve schedel, slechts 2% de scheefheid houdt. Maar op een leeftijd van zeven weken heeft 22% van de kinderen een goed zichtbare schedelafplatting. Dit komt doordat ouders hun kinderen bijna permanent, dus ook overdag, op de rug leggen om de kans op wiegendood te verkleinen. Dat is ook de reden dat scheefhoofdigheid sinds begin jaren negentig, toen dat advies standaard werd, sterk is toegenomen. (UMC Utrecht)

Natuurlijk verloop
Het merendeel van de kinderen herstelt van een voorkeurshouding en plagiocephalie. Op de leeftijd van 2-3 jaar is er bij 2/3 van hen geen afplatting meer te zien. Een eventuele nog bestaande afplatting wordt door de meeste ouders niet als een probleem ervaren.

Onderzoek

Het in kaart brengen van de vorm van de schedel en het vervolgens evalueren daarvan kan sinds kort gedaan worden door middel van plagiocephalometrie (PCM).
Plagiocephalometrie (PCM) is een meetmethode waarbij met behulp van een bandje thermoplast (speciaal plastic) een precieze afdruk wordt gemaakt van de omtrek van het hoofd in het horizontale vlak. Het wordt door kinderfysiotherapeuten toegepast die de cursus PCM hebben gevolgd. Hierdoor kan bij baby’s met een voorkeurshouding en een afplatting van het achterhoofd de vorm van het hoofd precies in kaart worden gebracht en vervolgens de verandering qua vorm worden gevolgd in de loop van de tijd.
Plagiocephalometrie is een methode die niet belastend is voor de baby en die net zo effectief is in het opsporen van schedelvervormingen als de gouden standaard, een driedimensionale CT-scan.
Bij PCM wordt er gebruik gemaakt van een band van speciaal plastic dat buigzaam is na opwarming en snel uithardt. De twee centimeter brede plastic band wordt om het hoofd heen gelegd, waardoor de contouren van de schedel duidelijk worden. Deze afdruk van de vorm van het hoofd wordt vervolgens gekopieerd. Tenslotte kan men de mate van (a)symmetrie berekenen door op de kopie lijnen te trekken en de verhouding tussen de lijnen uit te rekenen.

Behandelen

Dr. Leo van Vlimmeren (kinderfysiotherapeut) heeft aangetoond dat kinderfysiotherapie effectief is bij baby’s met een voorkeurshouding en plagiocephalometrie. Hij volgde 400 baby’s vanaf de geboorte tot de leeftijd van een jaar. Op de leeftijd van 7 weken hadden 65 baby’s een voorkeurshouding, met daardoor een grotere kans op een scheef hoofd. De helft van deze baby’s kreeg kinderfysiotherapie en had op de leeftijd van 6 en 12 maanden een minder scheef hoofd dan de niet-behandelde baby’s. Kinderfysiotherapie bestond uit het geven van positionerings-, hanterings- en oefenadviezen aan de ouders. Zij moesten hun baby op verschillende manieren oppakken en dragen, het afwisselend op de linker- en rechterarm voeden en het kind zo vroeg en zo lang mogelijk, onder toezicht op de buik laten liggen. Van Vlimmeren adviseerde ouders om de baby, als hij wakker is, al in de eerste week na de geboorte meerdere malen per dag op de buik te leggen. In het begin een paar minuten per keer en vervolgens steeds langer.
Wanneer u besluit zich te wenden tot de kinderfysiotherapeut voor een meting van de plagiocephalie moet u rekenen op het volgende:
Een consult bij u thuis waarin een vraaggesprek en een onderzoek plaatsvindt en wanneer noodzakelijk een eventuele plagiochepalometrie plaats vindt (uw kind is hiervoor verzekerd).
Wanneer plagiocephalometrie noodzakelijk is, vindt er een vervolg afspraak plaats om de uitkomst van de meting en de vervolg stappen met u door te spreken.
Eventuele behandeling middels kinderfysiotherapie kan in overleg met u gestart worden om de voorkeurshouding te beïnvloeden en de mate van afplatting te verminderen.